Commandant Battle Group Quirido blikt terug op Chora

Gebruikersavatar
Roel
Moderator
Berichten: 2491
Lid geworden op: 12 Jun 2007, 07:42
Locatie: -Limburg-
Contact:

Commandant Battle Group Quirido blikt terug op Chora

Berichtdoor Roel » 05 Okt 2007, 10:33


‘WE ZIJN DOOR HET OOG VAN DE NAALD GEKROPEN’

DEN HAAG – “Er waren al eerder spanningen rond Chora. Maar die verdwenen meestal wanneer we
versterkingen stuurden. Toen duidelijk werd dat de Taliban dit keer niet wilde wijken, voelde ik dat
het menens was”, aldus de onlangs uit Afghanistan teruggekeerde luitenant-kolonel Rob Querido.
Het stadje prijsgeven was geen optie en dus dirigeerde de overste bijna de gehele Battle Group daar
heen. Wat volgde was een gevecht van vier dagen met een bijzondere uitkomst.

Volgens Querido vormden de acties in de Chora-vallei de absolute
climax van de uitzending van Task Force Uruzgan 2. In en
om het plaatsje, ten noordwesten van Tarin Kowt, ging de
Battle Group het gevecht aan met honderden zwaarbewapende
Taliban-strijders. Die overvielen op zaterdag 16 juni
drie politieposten aan de rand van de vallei, waarna het stadshart
open lag. Hier bevindt zich het districtshoofdkwartier, waar
op dat moment zo’n honderd leden van de Battle Group en vijftig
Afghanen onder leiding van het Operating Military and Liaison Team,
(onderdeel van ISAF, red.) gelegerd waren. “Binnen de kortste keren kregen we uit die sector meldingen binnen van hevige gevechten.”
De Battle Group was op dat moment druk bezig de afscheidsceremonie
van soldaat 1 Timo Smeehuijzen voor te bereiden,
die een dag eerder (15 juni) bij een zelfmoordaanslag
om het leven kwam. Desondanks doorliep de staf onmiddellijk
een operationele planning en werden maatregelen
genomen om de in Chora aanwezige troepen stand te laten
houden. Zo werd een Battle Group-reserve gemobiliseerd
(initieel drie- tot vierhonderd man sterk) om vooral de oostkant van de Chora vallei te ontzetten.
Het verkenningspeloton van 42 BLJ (Bataljon Limburgse
Jagers), onder leiding van eerste luitenant Nick trad ook aan. Ondanks
dat zij net dertien uitputtende dagen te velde had doorgebracht.
Rond tweehonderd Afghaanse militieleden die hulp
toezegden, lieten het uiteindelijk afweten. “Dat was een mentaal
knakmomentje. Toch waren we vastbesloten onze collega’s
te steunen dus zetten we door”, zegt Querido. Uiteindelijk
kwam de overste met circa veertig verkenners in Chora aan. Zij
knokten zich door de vallei in de richting van het oostelijk gelegen
Sarab.

HUURLINGEN

Dat Chora behouden moest blijven, stond eigenlijk al snel
vast. Uren na de aanval kwamen meldingen binnen over
wreedheden tegen de bevolking. Westers gezinde Afghanen werden
ongenadig afgeslacht. “Voor de TFU een reden om zo
snel mogelijk in te grijpen. Daarnaast speelde mee dat
Chora prijsgeven en later herveroveren geen optie was. De
grote militaire inspanning waarmee dat gepaard zou gaan,
had zonder twijfel een hoge tol van de burgerbevolking geëist.”
Nadat op zondag 17 juni de Alfacompagnie de westkant had
geconsolideerd en de verkenners aan de oostkant de tegenstander
zware verliezen toebrachten, keerde Querido hals
over kop terug naar Tarin Kowt, waar de staf van de Battle Group
het offensief al aan het voorbereiden was.
De manoeuvre zou over drie assen in westelijke richting verlopen.
Daarmee zou de vijand over de volle breedte uit de vallei
worden verdreven. “Het aantal tegenstanders konden we vaststellen
aan de hand van de opgetuigde commandostructuur.
Ook hadden we duidelijke aanwijzingen waar de tegenstander
zich precies ophield. Onder de strijders zaten vermoedelijk veel
buitenlandse huurlingen. Om hen te verslaan, calculeerde ik
de nodige slachtoffers aan onze zijde in.”
Met de mogelijkheid zware verliezen te lijden in het achterhoofd
trommelde Querido iedere beschikbare infanterist op.
Ook uit Deh Rawod werden extra troepen aangetrokken. Op
maandag 18 juni reed hij uiteindelijk met vier à vijfhonderd
man en alle beschikbare vuurkracht richting Chora. Daar
hield de Alfacompagnie (inmiddels
200 man), versterkt met honderd Afghaanse militairen,
het gebied onder controle. Veel van de militairen waren moe van de
soms wekenlang aanhoudende schermutselingen.
De commandovoering werd doorlopen in Chora en in
de zuidelijke woestenij. Daarna volgde de laatste nacht voor de
grote slag. De een maakte zijn wapen schoon, de ander bracht
zijn uitrusting op orde. Een enkeling probeerde wat te slapen.
Querido praatte zijn mannen en vrouwen moed in. “Toen ik
hen vertelde dat de overmacht groot was, rechtte iedereen zijn
rug en had zoiets van: als het moet, sneuvelen we samen. Om
die motivatie te kweken, zijn goede kaderleden onontbeerlijk.
Zij wisten hun mensen enorm op te peppen, waarvoor ik hen
reusachtig dankbaar ben. Zonder die instelling had het gevecht
een andere afloop kunnen hebben.”

OOG VAN DE NAALD

Het offensief brandde op dinsdag 19 juni in de ochtend los.
Over een breedte van vier à vijf kilometer begon de Battle Group
de vallei in westelijke richting schoon te vegen. De steun van
gevechtsvliegtuigen was daarbij onontbeerlijk. Omdat de Taliban
in het oostelijk deel van de vijftien kilometer lange vallei
nog steeds enkele stellingen bezet hield, gaf het verkenningspeloton
daar rugdekking. Querido: “Alles bij elkaar was het
net een film van Spielberg: granaten en vliegtuigbommen explodeerden,
her en der sloegen kogels en mortiergranaten in.
Een EOD-groep moest onder dekkingsvuur naar voren om
rotsblokken te laten exploderen, waarna een peloton huiszuiverend
voorwaarts ging. Alles klikte tussen de eenheden, er
werd uitermate goed gecommuniceerd en samengewerkt.”
Gezeten in zijn Bushmaster, dicht bij de voorste linies, hield
de overste goed in de gaten of de eenheden niet op elkaar of
op de Afghaanse militieleden schoten, die alsnog met tweehonderd
man de wapens oppakten. Kapitein Larry had al dagen
eerder het idee opgevat om voor de herkenbaarheid rood-witte
linten uit te delen. Die bonden de Afghanen om hun arm en
om de loop van hun geweer. Ze stonden hun mannetje in de
omgeving van Sarab. Tijdens de hevige gevechten viel er één slachtoffer, te weten sergeant-majoor Jos Leunissen.
Maar volgens Querido hadden dat er veel meer geweest als er
geen duizend engeltjes op hun schouders hadden gezeten. “Bij
één militair scheerde een kogel langs het topje van zijn neus,
bij een ander werd het etensblik uit zijn hand geschoten. Een Patria
kreeg een treffer in de handgranaatbak, waarbij niemand
gewond raakte. Verder incasseerde een Fennek een RPGgranaat
op de voorruit die niet afging. We zijn door het oog
van de naald gekropen.”

OPSTEKER

Met de nederlaag in zicht probeerden veel Talibs richting de
Baluchivallei te vluchten. De Battle Group sloot deze mogelijkheid
zoveel mogelijk af en dit leidde tot opnieuw zware gevechten,
waarbij de vijand zware verliezen incasseerde.
Daarna namen de gewelddadigheden in de regio meteen af. De
lokale bevolking reageerde opgetogen over het Nederlandse
optreden. We hadden twijfel of uw eenheden de Taliban kon
verslaan, maar nog meer twijfel of u dit voor ons over had. Wij
zijn u en uw troepen zeer dankbaar, reageerden de lokale autoriteiten.
“Dat was een opsteker”, aldus Querido. “Even waren we
bang dat ze ons verantwoordelijk hielden voor de omgekomen
burgers. Op zijn zachtst gezegd zou dat heel vervelend
zijn geweest. Ten slotte zijn we er om hen de kans te geven het
land weer op te bouwen. Dat is waarvoor we het doen.”
De overste is inmiddels weer enkele weken terug in Nederland,
maar met zijn gedachten zat hij nog lang in het operatiegebied.
Al was het maar vanwege zijn vele verplichtingen.
Zo gaat hij onder meer langs bij de gewonden en de nabestaanden
van de gevallenen. Maar Querido heeft nog meer redenen
om met Uruzgan bezig te zijn. Er is de afgelopen tijd gewoon
teveel gebeurd. “Op sommige situaties ben je niet voorbereid.
Bijvoorbeeld wanneer je tussen zeven van je mannen
staat, die net zwaargewond zijn
binnen gebracht in het hospitaal. Die beelden vergeet je
nooit meer. Een soldaat die bij kennis was, vroeg mij zijn ouders
enkele boodschappen te geven, mocht hij het niet halen.”
De overste realiseerde zich de afgelopen drie maanden meer
dan ooit dat hij zelf ook had kunnen sneuvelen. “De afscheidsbrieven
had ik al geschreven. Ook nieuw voor mij
was dat ik nog nooit mijn mannen en vrouwen in de ogen
had gekeken zonder te weten of ik ze in levenden lijve zou
terugzien.” Het gevoel van kameraadschap
is door Chora enorm versterkt: “We waren al hecht,
maar vooral na het gevecht konden de onderlinge banden
niet meer stuk. Vrienden voor het leven. De sfeer die op zo’n
moment ontstaat, is eigenlijk met woorden niet te beschrijven.
Heel intens.”l


Bron: Mindef.

Het zal me niet verbazen als hier de nodige dapperheidsonderscheidingen uit voorkomen!
Heeft u informatie over items uit mijn collectie? Neem dan contact met mij op..
beheerder http://www.onderscheidingenforum.nl
Lid van SRO en OMSA

Terug naar “Nederlandse Dapperheidsonderscheidingen”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast