Jongen die de wereld wilde zien Ton Loontjens 1922 — 2010

Gebruikersavatar
Roel
Moderator
Berichten: 2491
Lid geworden op: 12 Jun 2007, 07:42
Locatie: -Limburg-
Contact:

Jongen die de wereld wilde zien Ton Loontjens 1922 — 2010

Berichtdoor Roel » 12 Jan 2011, 09:59

Hij had geen idee wat een marinier was. Toch tekende hij. Het werd zijn leven. Maar van zijn jarenlange gevechten wist zijn gezin niets af.

Op veteranendagen paradeerde hij in vol ornaat, met al zijn onderscheidingen trots op de borst. Dan zag hij ook zijn oude maten weer, al werd hun aantal steeds kleiner. Al zijn vrienden hadden bij het Korps Mariniers gezeten. Eigenlijk zaten ze er nog steeds: eens marinier, altijd marinier. En ze wisten allemaal wat die medailles op zijn borst te betekenen hadden.

Maar bij Ton Loontjens thuis wisten ze van niets. Tegenover zijn drie kinderen deed hij alsof die onderscheidingen weinig voorstelden. „Ach, die dingetjes krijg je als je toevallig op het juiste ogenlik op de juiste plaats bent geweest”, zei hij. Maar wat hij had gedáán om die dingetjes te verdienen, dat vertelde hij nooit.

Toen de kinderen klein waren, werden ze weleens gepest: „Jullie vader is een moordenaar”. Als ze hem dan vroegen of dat waar was, of hij mensen had doodgemaakt, zei hij geruststellend: „Nee hoor. Ik heb wel geschoten, maar altijd over de hoofden heen.”

Maar er bleven mysteries in huis. Zoals dat elegante zwaard in een schede van gelakt hout dat aan de wand hing. De kinderen mochten er niet mee spelen. Waarom vertelde hij nooit.

Pas vijf jaar geleden kregen ze het verhaal te horen toen Ton Loontjens na veel aandrang vanuit het korps wat herinneringen op papier zette.

In de strijd om Nederlands-Indië te behouden werd Ton Loontjens in 1946 aangevallen door een Javaan met een samoeraizwaard. De man was alleen en Ton kon hem afweren. Maar de man klampte zich vast aan Ton, die zo ontdaan was dat hij zijn ordonnans toebeet: ’Schiet die kerel kapot’. ’Het spijt me, adjudant, dat kan ik niet’, zei die. Woedend zei Ton tegen een sergeant: ’Knal die vent neer’. Ook de sergeant weigerde. Ton kwam weer bij zinnen en besefte dat hij vreselijke opdrachten had gegeven. „Deze actie van mij zou gewoon moord zijn”, besefte hij. Het zwaard van de Javaan aan de wand heeft hem zijn leven lang herinnerd aan die ’pijnlijke les’.

Ton had geen idee waaraan hij begon toen hij op zijn zeventiende schreef op een advertentie van het Korps Mariniers. Wat een marinier was, wist hij niet. Het motto van het korps, Qua Patet Orbis – Zo wijd de wereld strekt, was veelbelovend. Dat hield hij geheim voor zijn ouders, die zich als echte Maastrichtenaren geen leven buiten hun stad konden voorstellen.

Ton was als oudste van acht kinderen op zijn veertiende van school gegaan om het gezin door de crisis te helpen. Ze hadden het niet breed. Zijn vader was kraanmachinist op de cementfabriek, zijn moeder werkte bij de sigarenfabriek. Ton had allerlei zware en vieze baantjes tot hij die advertentie zag. Stiekem ging hij naar de marinierskazerne in Rotterdam voor de keuring. Dat werd een teleurstelling. Hij was één centimeter te kort. Met zijn 1 meter 64 maakte hij nog wel kans bij de tamboers en pijpers, ook al was hij niet muzikaal. Ton tekende voor zes jaar. Hij zou in ieder geval drie maanden lang de basisopleiding voor marinier krijgen.

De Duitse aanval in mei 1940 zette alles op losse schroeven. Plotseling moest hij, amper getraind, met scherp schieten. Maar de bombardementen op Rotterdam braken na vijf dagen de Nederlandse weerstand. Ton en andere mariniers moesten hun geweren op een hoop langs de weg gooien. Ze moesten een ’eerewoord’ geven: ’Ik zal geen handeling begaan of verzuim plegen, waardoor het Duitsche Rijk schade, van welken aard ook, zou kunnen lijden’. Ton tekende dat met nog kinderlijke hanepoten.

Hij brak die belofte in november 1941. Ton was tewerkgesteld als brandwacht bij de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht toen hij werd benaderd door de leider van een prille verzetsgroep die was opgerold. De man wilde met een Joods echtpaar uit Assen vluchten naar Engeland en zocht hulp. Ton had als Maastrichtenaar nog nooit de zee gezien en hij kende het woord ’navigatie’ niet eens. Dat hield hij stil. Hij wilde ook weg. In de Berghaven van Hoek van Holland vonden ze een motorvletje van de reddingsbrigade. Met negen man dreven ze in het donker met uitgaande stroom naar zee, stilletjes bijsturend met de peddels.

Eenmaal op zee kregen ze met veel moeite de motor aan de praat. Maar het ding sloeg steeds af, dus ze moesten veel peddelen. De zee was ruw en ze waren allemaal zeeziek. De tweede nacht waren ze al zo uitgeput door gebrek aan drinkwater dat ze zwaaiden naar vliegtuigen om gered te worden, ook al waren dat misschien Duitse toestellen. Een van de mannen begon zeewater te drinken; hij kreeg schuim op zijn mond en sloeg wartaal uit. Op de derde dag hielden ze wolken aan de horizon voor bergen, ze hadden geen idee waar ze waren. ’s Middags zagen ze een stipje dat een vissersboot bleek te zijn. ’Are you English?’ vroegen ze aarzelend. ’Yes’, was het antwoord. Het mooiste yes dat ik ooit heb gehoord, zei Ton.

Na 68 uur dobberen op zee was de ontvangst in het Engelse Kent minder mooi. Veertien dagen lang werden ze ondervraagd, want er waren ook spionnen onder de Engelandvaarders. Die werden gefusilleerd. Maar Ton mocht uiteindelijk op theevisite bij de gevluchte koningin Wilhelmina in Londen. Voor zijn optreden tijdens de overtocht kreeg hij het Bronzen Kruis, de op twee na hoogste dapperheidsonderscheiding. Dat was zijn eerste ’dingetje’.

Jaren van training volgden in Schotland en Wales. Ton werd een geharde marinier. Maar hij smolt voor een mooi, tenger meisje, Gayney. Zijn Engels was nog niet zo goed, maar ze verstonden elkaar in hun liefde voor dansen. Ze trouwden in juni 1944. Ton was toen net vervroegd teruggehaald van een jungle-training in Amerika. Want er was te weinig animo voor de Prinses Irenebrigade die Nederland moest gaan bevrijden.

Honderd mariniers, inclusief Ton, vulden de gaten op.

In augustus, twee maanden nadat Amerikanen en Britten zich binnenvochten in Normandië, ging de Nederlandse brigade daar aan land. Ze trokken vier maanden lang van schuttersputje naar schuttersputje door België en Zuid-Nederland naar Arnhem. Maar die stad was nog een brug te ver. Ton werd in Zeeland geplaatst om terugkeer van de Duitsers te verhinderen.

Tijdens hun opmars had de Nederlandse regering in Londen de soldij verlaagd, omdat het einde van de oorlog in zicht leek. De brigadecommandant protesteerde tegen die krenterigheid, maar het besluit werd nooit herroepen. Ton was er diep verontwaardigd over. Dat was opmerkelijk, want hij had altijd een diep ontzag voor mensen die verder geleerd hadden, en voor autoriteiten.

Dat bleek ook toen hij na de oorlog de dienst wilde verlaten. Het korps was jarenlang zijn enige thuis geweest, nu wilde hij met Gayney en haar pasgeboren eerste kind een bestaan opbouwen in Nederland. Maar op zijn ontslagbrief kreeg hij geen antwoord. En dus liet hij zich braaf inschepen voor de strijd tegen de nationalistische opstand in Nederlands-Indië. Drie weken later kwam het antwoord: het ontslag werd geweigerd wegens het dienstbelang. „Ik heb mij uiteraard bij dat besluit neergelegd”, schreef hij later.

Indië werd verloren. Het nieuwe land Indonesië eiste ook Nieuw-Guinea op. Ton werd ook daar ingezet om dat te behouden voor Nederland. Tevergeefs. Ton gaf er geen oordeel over in zijn herinneringen. Hij was een trouwe dienaar.

Terug in Nederland ontwikkelde hij zich vooral als instructeur op allerlei terreinen bij het Korps Mariniers. Ook in het burgerleven wilde hij zijn kennis delen, of het nu ging om taallessen voor gastarbeiders of lessen in bridgen voor buurtgenoten.

Hij zou Gayney nooit meer alleen laten. Toen hij naar Aruba moest, ging het gezin mee voor drie jaar. Zij was alles voor hem. „Zonder vrouw ben ik een schipper zonder roer”, zei hij. Gayney stierf, 58 jaar oud, in 1984. In de jaren dat ze steeds zwakker werd had Ton altijd voor haar gezorgd. Dat deed hij alleen, hij weigerde hulp.

Vijf jaar later hertrouwde hij, met Willemien, een vrouw die hij had leren kennen in de St. Petrus-Bandenparochie in Driebergen. Ze deelde zijn passie voor bijbelstudie. Zij overleed vorig jaar.

Ton leek gezond totdat in oktober een groot gezwel in zijn hersenen werd ontdekt. Het moet er zeker een jaar of tien hebben gezeten, maar Ton had zich zonder klagen overeind gehouden met hoofdpijnpilletjes.

Zijn laatste week lag hij in een hospice in Goes, dichtbij zijn dochter. Toen een kleindochter die bij de politie werkt, hem vertelde dat ze misschien naar Afghanistan wordt uitgezonden en dat het Korps Mariniers haar zou beschermen, kneep hij zijn ogen even toe. Alsof hij wilde zeggen: Dan is het goed.


© Trouw 2011
Bijlagen
524197_226513_jpeg_344855d.jpg
524197_226513_jpeg_344855d.jpg (28.4 KiB) 6455 keer bekeken
Heeft u informatie over items uit mijn collectie? Neem dan contact met mij op..
beheerder http://www.onderscheidingenforum.nl
Lid van SRO en OMSA

Ralph Kolen
Berichten: 300
Lid geworden op: 30 Mar 2008, 22:06

Re: Jongen die de wereld wilde zien Ton Loontjens 1922 — 201

Berichtdoor Ralph Kolen » 12 Jan 2011, 10:22

Dank je wel Roel. Heb je toevallig ook de datum van publicatie van dit artikel?


Terug naar “Nederlandse Dapperheidsonderscheidingen”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast